In 1950 kwam de familie Schouten naar
Nederland en vestigden zich in Rotterdam. Jan Schouten (Electric Johnny) en zijn broers
Henk, Cor en Daan volgden diverse technische scholen in de electrotechniek en bekwaamden
zich bij diverse werkgevers in dit beroep. Vader Schouten was tamboer-majoor geweest bij
het KNIL en zijn kennis van muziek en ritme heeft hij zeker ook aan zijn 4 zoons
overgedragen, want met zelfgebouwde snaarinstrumenten begonnen ze zich te wijdden aan de
Hawaiian muziek. In 1955 traden ze voor het eerst op tijdens Indische avonden als The
South Sea Minstrels, hiervan is nog een foto in het archief van Jan
Schouten bewaard gebleven.

The South Sea Minstels
Jan scharrelde echter omstreeks 1956 een
slaggitaar op en bouwde deze om tot electrische gitaar. Het virus van het rock & roll
ritme van Bill Haley, Elvis, Gene Vincent en Chuck Berry had hem en zijn broers te pakken
gekregen en dankzij hun technische achtergrond waren ze al snel in het bezit van
zelfgebouwde elektrische gitaren en geluidsinstallatie.
Jan en Daan zijn in
1958 begonnen met rock & roll spelen bij de allereerste Rotterdamse Indo band van Oety
Johannes: Oety & his Rollers.

Oety & his Rollers (Odeon,
Rotterdam 1958)
l/r: Daan Schouten - ? Patinama - Jimmy Johannes - Oety Johannes - Jan
Schouten - Jan Herwaarden
Daan zat verder nog in
een bandje met George "Djodji Barendse, die korte tijd later bekend werd als de
Rotterdamse Elvis en met zijn groep The Blue Eagles een tijdlang als huisorkest
fungeerde in Odeon. Deze George zullen we in 1986 weer tegenkomen in de heropgerichte René
& his Alligators. Omstreeks eind 1958 stonden de vier broers Schouten samen met Oety
Rock & his Rockers (later Oety
& his Real Rockers) op de planken in het Rotterdamse Odeon aan de
Gouvernestraat als The Skyrockets. Henk bespeelde een zelfgebouwde basgitaar (die waren in
Nederland nog niet te koop) en Cor zat achter de drums, terwijl Jan en Daan resp.
sologitaar en 2e solo-/ritmegitaar speelden. Als zanger/slaggitarist sloot Roel Pichell
aka Roy Michaels (zijn broer Leo speelde in de Rotterdamse band The Black Devils)
zich bij de groep aan en verder werd de ritmesectie geperfectionerd door ex- zeeman Gerrit
Krause op drums en zwager Frans Huysmans op bongo + maracas en andere
percussie-instrumenten. Cor Schouten ging slaggitaar spelen en als 7-mansformatie trad
vanaf 1959 de groep regelmatig op in Rotterdamse gelegenheden als Odeon, het
Groothandelsgebouw, de Blauwe Zaal en Paviljoen Plaswijck in Rotterdam-Hillegersberg.
Begin 1960 toog de
groep tesamen met The Hovinga Brothers naar de CNR studio in Rijswijk voor hun
eerste plaatopnamen. Met hun zelfgebouwde gitaren werden allereerst hun nu klassieke
stukken Johnny On His Strings en Black Eyes Rock opgenomen. Johnny
On His Strings een eigen compositie van Jan Schouten, was ongepolijste ruige
instrumentale rock, zoals we alleen kennen van Amerikaanse garagegroepen en Black Eyes
Rock was een bewerking van een stokoude Russische zigeunermelodie "Ochi
Chornya". In het voormalig Nederlands-Indië neurieden moeders deze melodie vaak
als slaapliedje voor hun kleintjes. Iets later dat jaar zouden ook The Tielman Brothers een
uitvoering van Black Eyes opnemen, die dezelfde basislijn volgden. Verder deden
ze de backing voor 2 Nederlandstalige bewerkingen van traditionals door Jack Lenny voor
hun stadgenootjes The Hovinga Brothers. Deze Indo jochies imiteerden de stijl van
het Deense jongensduo Jan & Kjeld, die toen razend populair waren. Opvallend is
dat tijdens deze sessie van Wij Houden Veel Van R&R en 'N Uke En 'N
Gitaar een van de broers Schouten een klarinet bespeelde. In februari 1960 werden
beide singles uitgebracht en vooral deze eerste uitgave op CNR (UH 9384) is
verschrikkelijk zeldzaam nu, omdat hierop de 2 oerversies voorkomen van hun voor
Nederlandse rock-begrippen traditionals. Maar de jongens die altijd streefden naar
perfectie in arrangementen en sound kregen het voor elkaar om beide nummers opnieuw te
mogen opnemen. Ze waren nu in het bezit gekomen van Höfner gitaren en hadden deze
"opgewaardeerd" met andere elementen en technische snufjes, ook hun eigen
installatie was volgens kenners uit die dagen beter dan dat je kon kopen! Deze nieuwe veel
betere versies werden snel uitgebracht onder hetzelfde labelnummer en alleen de oerversie
van Black Eyes Rock werd per abuis in 1963 nog eens opnieuw uitgebracht in een
serie met al hun 6 singles met fotohoes. Vermoedelijk werden tijdens deze sessie ook de 2
vokale nummers met hun zanger Roy Michaels opgenomen (UH 9445). De reeds genoemde invloed
van Gene Vincent en vooral zijn begeleidingsgroep The Blue Caps
is terug te vinden in hun alleszins pakkende cover van Rocky Road Blues. De eigen
kompositie van Jan Schouten Please Come Back had een zekere charme door zijn
primitieve eenvoud. The Skyrockets deden in 1960 hun naam alle eer aan, want de groep
schoot erg snel omhoog. Allereerst zag CNR kans deze verbeterde opnamen uitgebracht te
zien worden in de USA op het Felsted label (# 8613) en Felsted maakte in 1961 een deal met
het Engelse Decca voor release op hun London label (HLU 9384). Een uniek historisch
wapenfeit voor een Nederlandse rockproduktie!

In november 1960 kregen
ze een aanbieding voor een korte tournee door Denemarken, waar o.a. met het bekende
sterretje Siv Malmkvist in Kopenhagen, Naestved, Aabenraa, Aalburg, Aarhus en
Odense werd opgetreden. Het muziekblad Muziek Parade organiseerde in 1960 de eerste
Teenagershow met talentenjacht en zo speelden ze met bekende sterren uit die tijd als Peter
en zijn Rockets, Anneke Grönloh, Pim Maas en The Blue Diamonds o.a. in
Concordia/Bussum, Dierentuin/Den Haag en de Grote Schouwburg/Rotterdam. Er was een live
optreden voor de VARA- radio in het programma "Appèl" te Alkmaar en Muziek
Parade begon in oktober met een eigen zondagmiddagprogramma (Teenager M.P.) op Radio
Luxemburg, waarin The Skyrockets ook enkele malen met live optredens en interviews in de
ether waren. Er werd een speciale South-American Rock act ingestudeerd compleet met eigen
ontworpen veelkleurige overhemden en door Jan werden diverse bekende nummers in deze eigen
stijl bewerkt. Het repertoire bestond verder uit nummers van de groepen die ze zelf het
meest bewonderden, The Ventures en The Shadows (door hen gespeeld met Chuck
Berry rifjes) en instrumentaal en vokaal werk van allerlei rock/pop en country artiesten
uit die tijd. Plaatsen waar verder regelmatig werd opgetreden waren met name Blokker,
Leerdam, Papendrecht, Oost-Souburg en Eindhoven. Omstreeks september 1960 werd hun 2e
instrumentale single opgenomen. De eigen compositie Johnny's Beat en een
bewerking van Swanee River (UH 9478). Hiervan valt als bijzonderheid te melden
dat de opname-technicus duidelijk in de fout is gegaan, want het is behoorlijk vervormd
door oversturing van het opname-niveau. De Skyrockets waren tegen uitbrengen van deze
single, maar nu heden ten dage klinkt het nog steeds bijzonder ruig en gaat de
vergelijking met een Link Wray, die bewust op "distortion" uit
was wel op. Toch zag de groep kans ook deze beide stukken nog eens opnieuw en nu naar
eigen wens in te spelen tijdens een latere sessie. Tegen het einde van 1960 werd ook een
begin gemaakt met de opnamen in de stijl die ze South American Rock noemden; een zelf
ontwikkelde mengeling van rock & roll met latin-music. De fantastische EP South
American Rock vol. 1 (HX 1179 met Carioca/ Patricia/ La Paloma en Isle of
Capri sloot een zeer succesvol jaar af met spetterend gitaarwerk en opvallend
drumwerk.

Klaphoes van de zeldzame 25 cm LP TEENAGER PARTY (CNR)
uit 1960
Met o.a. Johnny On His Strings
(Collectie:Lucas Cornelisse)
Begin 1961 volgde,
South American Rock vol.2. Zeer curieus is dat van deze 2e EP (HX 1211 - Ave Maria No
Morro/ South Of The Border / 0 Sole Mio/ Siboney) twee totaal verschillende
versies bestaan, dus met duidelijk hoorbare andere bezetting, klankkleur en arrangementen.
De meest in omloop zijnde EP klinkt als een proefopname. De juiste balans is ver zoek, de
sologitaar klinkt te zwak ten opzichte van de begeleiding en er is meer nagalm hoorbaar.
De andere versies zijn perfect uitgebalanceerd en de extra percussie tilt deze
uitvoeringen tot grote hoogte. Siboney is hierop overigens exact hetzelfde al de
single uitvoering die begin 1961 ook als hun 3e single (UH 9478) werd uit gebracht
gekoppeld met Isle of Capri. Platen van hun verschenen dat jaar ook in Denemarken
op Sonet en in Frankrijk op het Ducretet Thompson label. Een bijzondere reportage in kleur
over de Skyrockets, verscheen in het aprilnummer van het blad Romance. De unieke
kleurenfoto's waren gemaakt tijdens een van hun optredens in Blokker.
De Nederlandse
Indo-Rock bands waren ondertussen erg in trek bij Duitse zaalhouders en er werd goed
betaald, zodat velen hun kans waarnamen en als beroepsmuzikant aan de slag gingen. De vier
broers Schouten zijn nooit beroeps geworden, ze verkozen de zekerheid van een goede job
als electro-technicus boven een onzeker bestaan als beroepsmuzikant en ze bleven hun
muzikale passie als hobby beoefenen. Zanger Roy Michaels kreeg de kans om met een
heropgerichte formatie van The
Hurricane Rollers (na het vertrek van Robbie Boekholt naar The Hap-Cats) te
gaan spelen in Duitsland. Op 1 juni 1961 startte hij als beroeps samen met Hans Bax,
Alphonse Faverey, Rudi Piroeli en Robbie Latuparisa. De groep viel uit elkaar en na enkele
maanden met Oety & his Real
Rockers gespeeld te hebben, kwam hij in The Strangers terecht tot 1963.
Roy had zichzelf ondertussen de artiestennaam Shorty Miller aangemeten. In 1963
maakte hij 2 Duitstalige singles voor het Vogue label, waarvan de 1e met The Raylads.
Na het uiteenvallen van The Strangers speelde hij een tijdje in de The Black Dynamites o.l.v.
Harry Koster. In de periode 1964-1965 maakte hij deel uit van The Pacifics (met
Dolf en Nono de Vries en Radja & Rio Dalimonthee) en zijn laatst bekende solo-opname
dateerde uit 1966 op Ariola. Drummer Gerrit Krause was reeds in oktober 1960 naar The
Rhythm Brothers vertrokken. Hij speelde als beroeps in Duitsland bij The Marlins (de band van
sologitarist Erik Binkhuysen, die later bekend werd als de zanger Wil de Bras!).
Harold 'Boebie' de Groot kwam in de periode eind 1960-1963 de band als 2e sologitarist
versterken, terwijl Cor terug achter de drums kwam te zitten. Ook het zangeresje Winnie
(Wieneke den Hartog) trad vaak met de groep op en is nog op diverse promotie-foto's van de
groep uit de periode 1961-1963 terug te vinden. Wieneke werd daarna bekend als zangeres Wendy
van The Gardenias
(Rotterdamse Indo band). In 1966 maakte zij een Duitstalige plaat op het Bellaphon label
onder de naam Wendy & Mark Evans Ensemble en in 1968 werkte zij mee
aan de LP Wendy & The Gardenias (IWR Senorial). Neef Willem Grift werd hun
zanger in 1964.

Op 11 mei 1961 traden
ze in Blokker op tijdens het door Muziek Parade georganiseerde Int. Teenager Festival met Rex
Gildo, Jan & Kjeld, Heidi Brühl, The Blue Diamonds, Anneke Grönloh en The
Blue Angels. Verder was in maart dat jaar nog hun 3e EP (HX 1230) op de markt
gebracht onder de titel Fabulous Electric Johnny and his Skyrockets, hierop,waren naast
hun 1e plaat ook de heropgenomen betere versies van Johnny's Beat en Swanee
River geperst. The String-A-Longs maakten dat jaar furore met hun twin-lead
produkties en deze stijl lag geheel in het straatje van The Skyrockets. De laatste single
van The Skyrockets dat jaar Should I/ Gitarren Spielt Auf! (UH 9494) had
een gloedvolle klankkleur en dat ze hun samenspel, gitaren en apparatuur steeds verder
wisten te perfectioneren bleek vooral op hun laatste 2 produkties uit 1962. De eerste
single La Golondrina/ Guitar-Humoresque (UH 9558) werd razend populair in Brabant
en is heden ten dage nog standaard repertoire voor gitaargroepen uit die regio. De 2e
single en tevens laatste produktie van de groep Barcarolle/ Begin the Beguine (UH
9603) waren beide hoogstandjes kwa muzikale vondsten en de sound knalt er werkelijk uit.
De groep gebruikte ondertussen een Dynacord echo en Jan bezat ook een Burns London gitaar.
The Skyrockets bestonden nog tot 1968, maar werden ontbonden toen Daan Schouten als
immigrant naar California vertrok.

Sindsdien traden Jan en
zijn broers nog wel sporadisch op tijdens Indische feestavonden, maar een echte revival
voor een breder publiek hebben we helaas nog niet mogen meemaken. Speciale dank gaat uit
naar Dick Waanders en Riny Bade, die gegevens aandroegen om bovenstaande feiten te kunnen
achterhalen. In het begin der 70-er jaren kwam dankzij het fenomeen de rock meetings met
platenbeurs (gestart in Tilburg) ook de muziek van Nederlandse instrumentale rockgroepen
opnieuw in de belangstelling. Originele singles bleken al snel erg schaars en de prijzen
stegen de pan uit. Bootleggers hadden al vergevorderde plannen om de singles en ep's van
Electric Johnny op LP uit te brengen, maar Dick Waanders zag kans om in 1974 de rechten te
verwerven bij CNR. Een kwalitatief zeer goede LP met 14 nummers en met interessante
informatie over de bezetting en unieke zeldzame fotohoes werd door hem op zijn eigen DIWA
label in januari 1975 uitgebracht. De plaat werd al snel een succes, vooral ook dankzij de
aandacht via de Vara radio. Het uitbrengen van de EP South American Rock vol. 2 (tot dan
hun zeldzaamste materiaal) op het Rocker label van Cees Vermeulen in 1984 verdiende ook
alle lof. Na veel speurwerk bij CNR en het afluisteren van banden is het Rarity-Records
in 1991 uiteindelijk gelukt om alle produkties, compleet met maar liefst 6 unieke
tweede versies, bijeen te brengen op een de CD "The Story Of... Electric Johnny &
his Skyrockets". Iets wat Electric Johnny & The Skyrockets verdienden gezien hun
eigen originele inbreng in de Indo-Instro-Rock scene en invloed die ze hadden op ontelbare
aankomende gitaristen en groepjes in het begin der jaren zestig, die bijna zonder
uitzondering begonnen met het naspelen van de eerste werkjes van Electric Johnny. Nu zo'n
40 jaar later klinkt hun tijdloze gitaarmuziek nog altijd even fris en vrolijk.
Piet Muys, december 1991
(originele tekst afkomstig uit het inlegboekje van de Rarity CD).
1e Bewerking: 5 september 2000